De 5 grootste nadelen van het veganisme

Headerfoto credits: Jeroen Moerdijk

Normaliter hoor je mij helemaal content zijn met mijn vegan lifestyle, en dat is ook niet opeens veranderd. Don’t worry. Maar eerlijk is eerlijk, niet alles in het leven is plantaardige koek en ei-vervanger, right? Dus dat geldt ook voor een vegan lifestyle.

In de afgelopen twee jaar dat ik vegan ben, kwamen er dus heus een aantal dingen op mijn pad die wat minder feestelijk waren. Dit zijn de 5 grootste nadelen van het veganisme die ik ervaar (of ervaren heb). Komen ze jou bekend voor?

1. Nooit meer terug naar onwetendheid

Soms, héél soms, mis ik het een beetje om niet te weten hoe erg het eraan toegaat in de bio-industrie. Wat de dieren doormaken op weg naar het slachthuis. Of hoe ze worden mishandeld voordat ze uiteindelijk op het bord liggen van degene die denkt dat het dier een ‘goed leven heeft gehad’.

Ook als je vegan wordt voor het milieu, of voor je eigen gezondheid, en niet zozeer omdat je om dieren geeft, kom je vroeg of laat achter de feiten. Je kijkt wetenschappelijke docu’s, ziet berichten voorbij komen op social media, of praat erover met anderen. Hoe dan ook, als je de kennis eenmaal hebt, kun je nooit meer terug naar onwetendheid. En dat is keihard uit je comfortzone.

Maar…

Uiteraard is het leven makkelijker als je onwetend bent. Althans, dat vind ik in sommige gevallen wel. Het is nu eenmaal niet heel chill om je constant bewust te zijn van alle bloederige en schandalige taferelen die plaats vinden. Maar aan de andere kant maakt dat jou wel een slimmer mens, die bewustere keuzes maakt en niet non-stop bezig is met zichzelf. Hoe epic is dat?

2. Je kan vrienden kwijtraken

Meteen gerelateerd aan nummer 1, is nummer 2 iets wat ik wel veel hoor van anderen, maar bij mij gelukkig niet zoveel is gebeurd. Echte vrienden die niet vega(n) zijn zullen jouw keuzes respecteren, maar zeiksnorren zijn er altijd. Dan ben je opeens ‘saai’, ‘arrogant’, ‘niet meer dezelfde’ of een ‘extremist’. Ook domme grapjes zullen wat vaker om je oren vliegen, waar jij als vegan dan natuurlijk heel hard om hoort te lachen, anders ben je zo’n zure azijnpisser.

Maar…

Als vrienden jouw keuzes niet respecteren of constant met je in discussie gaan teneinde jou wel even van je ‘bevlieging’ af te helpen, dan zijn het geen vrienden. Punt. Wel echt een zure kutpunt overigens, maar de waarheid. En ja, je kunt deze mensen dus kwijtraken, maar wat een verrijking om van zulke types af te zijn! And besides, sinds ik vegan ben heb ik zo ontzettend veel leuke mensen leren kennen… Ik heb nog nooit zoveel vrienden gehad als nu 🙂

3. Je kunt niet meer alles zonder nadenken verorberen

Yup, dat is echt een beetje finito. Zelfs als je in een restaurant zit en vraagt of een gerecht vegan is blijft het een beetje tricky. Onlangs was ik in een koffietoko en vroeg ik aan de barista of de bananencake vegan was, waarop hij ‘ja’ antwoordde. Toen ik vroeg of hij het zeker wist, zei hij met één wenkbrauw omhoog getrokken: ‘Ja, je bedoelt toch of er geen vlees in zit?’ Dat dus.

Mensen bedoelen het vaak goed, maar als je niet bezig bent met begrippen als vega, vegan, vegetarisch of whatever, dan weet je ook niet altijd wat er precies wordt bedoeld. Ook al hebben ze de beste intenties; de meesten zien een taart met honing toch echt als vegan. De tijd van alles onbezorgd in je giechel schuiven is dus voorbij. Jammer, joh.

Maar…

Aan de andere kant is dat natuurlijk ook weer goed. Je wordt op deze manier steeds bewuster van wat je allemaal eet, en ik ben van mening dat het niet meer dan logisch is om te willen weten wat voor brandstof je lichaam in gaat. Je hebt er namelijk maar één, en als het goed is wil je daar nog een tijdje mee door. Dat hoop ik tenminste.

Fotocredits: Mies Media

4. Je zal 24/7 uit moeten leggen dat je écht geen eiwittekort hebt…

Of vitamine C, ijzer, magnesium, of whatsoever. Op de een of andere typische manier verandert iedereen spontaan in een dokter, diëtist of een voedingsdeskundige als ze erachter komen dat je plantaardig eet. Je zal dus ook heul vaak aan mensen uit gaan leggen dat je als veganist ECHT alle voedingsstoffen binnenkrijgt, dat je ECHT niets tekort komt en ja, dat je aan het eind van het jaar ECHT nog steeds in leven bent. #joe

Maar…

Het leuke aan dit ‘nadeel’, is dat je natuurlijk (als het goed is) correct wilt kunnen antwoorden. Hierdoor ga jij boeken lezen, win je online informatie in, en verdiep jij je in wat voor vitamines en mineralen je wel of niet nodig hebt als vegan. Zo kom je er onder andere achter dat het voor mensen die wél dierlijke producten eten net zo spannend is of ze hun vitamine B12 wel binnenkrijgen. Weet je exact hoe veganisten aan hun ijzer komen. Of leer je welke plantaardige eiwitbronnen er zijn en wat voor lekkere dingen je daar allemaal mee kunt maken, zoals deze homemade hummus, Japanse tempe bowl of plant based Nutella. Enjoy!

5. Je kan rekenen op veel discussies en onbegrip

#truestory. Nu valt het in mijn omgeving allemaal wel mee en zijn de discussies die ik voer vooral heel vruchtbaar. Maar als ik soms de verhalen van newbie vegan vrienden hoor… Onbegrip van familie (‘Nou, joh, doe niet zo ongezellig! Eet gewoon die steak en niet zo zeuren. Het beest is toch al dood.’), vrienden, collega’s en studiegenootjes. Bereid je dus voor op het feit dat je vaak het gevoel zal krijgen jezelf te moeten ‘verantwoorden’ voor het feit dat je geen dierlijke producten wil consumeren. Commentaar, bijzondere blikken, irritaties of hilarische opmerkingen in overvloed, zeg maar.

Maar…

Aan de andere kant is het dan ook wel weer awesome om met deze mensen open de discussie in te gaan – als er met respect wordt gepraat. Anders dikke doei, natuurlijk 😉 Met goede onderbouwingen, wetenschappelijke feiten, cijfers en een positieve attitude vertellen waarom een vegan lifestyle eigenlijk de meest logische keuze is, zet veel mensen ook aan het denken. Zo zijn mijn moeder, schoonmoeder, aangetrouwde oma, een aantal vriendinnen, een paar hardcore vleeseters in mijn FB vriendenlijst én mijn lieve zwager allemaal vegan, of minstens vegan curious, geworden. Puur en alleen omdat discussies ook de raderen laten draaien. Bonus van de week, zeg ik je!

Conclusie?

Dus ja, je zal wat tegengas, verontwaardigde blikken, eye rolls, geouwehoer, uitgekauwde clichés, en geëmmer over je heen krijgen als je vegan wordt. Maar weet je? Soit! Dit geldt namelijk voor alles wat nét even anders is dan familie Doorsnee- Gemiddeld. Als jij eenmaal weet waar je het voor doet, dan sta je ook sterker in je schoenen en zie je nadelen niet meer als vervelend, maar als iets waar je wat mee kan in het leven. Simple as that.

Komen deze ‘nadelen’ jou bekend voor? Of ervaar je zelf weer andere shizzle? Laat het me weten via Facebook, tag me op Instagram. En oh ja, je kunt me ook volgen in de video’s van Tom (VeganAnimal) op YouTube.

Headerfoto credits: Jeroen Moerdijk


Dit artikel is eerder verschenen op www.squatcilla.nl.

Zoveel meer dan alleen gezondheid

– Rob Möhlmann – www.lekker-leven.com –

Mijn naam is Rob en mijn reis naar een gezonde levensstijl begon op 23 december 2012. Ik had er genoeg van dat ik één of twee keer naar de sportschool stoof om mezelf weer strak en fit te sporten, om het vervolgens na een aantal maanden weer te laten versloffen. Ik voelde me dik en was teleurgesteld dat ik het niet kon volhouden.

Via Twitter volgde ik iemand die regelmatig berichten plaatste over bootcamps. De foto’s die zij deelde maakte mij nieuwsgierig. Via het internet zocht ik of er in Uden ook bootcamps werden georganiseerd. De eerste hit was direct raak. Reactief Uden, een vereniging voor fysieke, mentale en sociale conditietraining. Op hun website las ik: “RAU is een vereniging voor fysieke, mentale en sociale conditietraining. Onze holistische aanpak zorgt er voor dat je weer plezier krijgt in een gezonde levensstijl!”

Holistische aanpak? Plezier in een gezonde levensstijl? Dat was wat ik zocht. Direct nam ik contact met ze op. Al snel kreeg ik de uitnodiging om gezellig mee te komen sporten. Vanaf die allereerste keer in december 2012 ben ik niet meer weggeweest.

De holistische aanpak van Reactief Uden hielp mij in te zien dat gezondheid van meer dingen afhangt dan bewegen alleen. Je gezond voelen betekent naast fysieke fitheid ook een gezond eetpatroon, training en onderhoud van sociale en mentale eigenschappen en vooral meer bewustzijn van het heden (mindfulness).

Langzaam maar zeker ontwikkelde ik mijn kijk op eten. Wat stopte ik eigenlijk dagelijks in mijn mond en was dat wel goed voor mij? Zo kwam ik er achter dat ik het heft in eigen handen moest nemen als ik echt gezonder wilde gaan leven.

Veganchallenge

Meer en meer begon ik over gezondheid te lezen. Getriggerd door de film ‘Forks Over Knifes‘ en ‘Super Juice Me‘ van Jason Vale, besloot ik op 1 oktober 2014 een maandje geen vlees meer te eten. Ik meldde mij aan bij de Veganchallenge en maakte voor het eerst in mijn leven kennis met een plantaardig eetpatroon.

Na een maand sprak ik met mijn vriendin en zei haar dat ik me schoon voelde. Dat klinkt misschien gek maar mijn lijf voelde opgeruimd, vitaal en krachtig. Ik heb energie voor twee en huppel als een jonge God de trap af (analyse van mijn vriendin). Hoewel ik vreesde dat het moeilijk zou worden, heb ik die eerste maand totaal niet als een uitdaging ervaren. Al vanaf dag één voelde het goed. Het voelde zelfs zo goed dat ik besloot om mijn plantaardige levensstijl nog even voort te zetten.

Wat ik erg fijn vind aan plantaardig eten is dat je je geen zorgen hoeft te maken hoeveel je eet. Geen calorieën tellen dus. Ik eet meer dan voldoende en toch voel ik me niet overdreven vol. Wel heel verzadigd. Plantvoedsel bevat precies de juiste hoeveel vet en zorgt voor directe energie.

Vijf maanden verder

Toen ik aan dit avontuur begon wist ik niet welke impact dit op mijn leven zou hebben. Natuurlijk wist ik dat het eten van meer groente en fruit zou bijdragen aan een betere gezondheid. Maar het volledig wegsaneren van vlees en zuivel was voor mij een nieuwe ervaring. Inmiddels was ik vijf maanden verder en was ik overtuigd dat een plantaardig eetpatroon één van de beste keuzes is die ik in de afgelopen tijd had gemaakt.

Wat ik ook leerde is dat plantaardig eten helemaal niets te maken heeft met konijnenvoer. Deze uitspraak hoor ik nog wel eens wanneer ik aan mijn schaal met groente zit tijdens de lunchpauze op mijn werk. Plantaardig eten is verre van dat. Als je mij al wat langer volgt heb je vast de verschillende recepten op mijn website www.lekker-leven.com voorbij zien komen. Tijdens mijn plantaardige ontdekkingstocht heb ik persoonlijk nog nooit zoveel kleur op mijn bord gehad en nog nooit zo divers gegeten. Het is werkelijk ongelooflijk hoeveel smaken je vergeet wanneer je eenzijdig eet. (vleeseters eten meestal eenzijdig)

Mede door het switchen naar een plantaardig eetpatroon zijn mijn smaakpapillen geëxplodeerd. Kun je je voorstellen dat ik aan het einde van de challenge helemaal geen behoefte had om te stoppen? Waarom zou ik?

Langzaam transformeerde ik van een vleeseter naar een planteneter. Mijn gezondheid veranderde spectaculair. Ik viel af en voelde me fitter en fitter worden. Ik slaagde er zelfs in om na 35 jaar van hormoonpillen af te komen. Inmiddels eet ik al ruim drie jaar geen vlees, geen vis en geen dierlijke zuivel meer.

Persoonlijke ontwikkeling

Naast alle ervaring op voedingsgebied gebeurde er nog iets moois. Ik kreeg meer oog voor dierenwelzijn. Nooit eerder stond ik stil bij de dieren wanneer ik mijn mes in een sappig biefstukje zette. Nooit eerder vroeg ik mij af waarom ik wel een stukje rundvlees kon eten maar niet het malse dijbeen van een Golden Retriever. Nooit heb ik mijzelf de vraag gesteld waarom ik vroeger wel eens chicken wings at bij McDonald’s, maar hier nooit aan dacht wanneer ik mij verbaasde over de gracieusheid van een zwaan. Een verklaring hiervoor vind je in de video The secret reason we eat meat van psychologe Dr. Melanie Joy. Op heldere maar schokkende wijze legt zij uit hoe wij vanaf onze geboorte worden beïnvloed. Vlees eten wordt ons met de paplepel ingegoten. Vlees eten is normaal, het is natuurlijk en het is nodig om gezond te blijven. Maar is dit zo? Inmiddels stapelen de bewijzen zich op dat het tegenovergestelde waar is.

Wanneer je de video van Melanie Joy eens goed tot je laat doordringen en je probeert er zonder vooringenomenheid naar te kijken, kun je maar tot één conclusie komen. De vleesindustrie is fucked up en zolang wij met zijn allen vlees blijven eten, stimuleren wij de ondergang van ons eigen bestaan. Kun je dit echt zo zien? Ja, volgens onafhankelijke wetenschappers is de vleesindustrie het allergrootste probleem van de mensheid. Niet alleen ruïneert zij onze planeet maar zijn zij ook medeverantwoordelijk dat er jaarlijks honderdduizenden mensen onnodig lijden aan chronische ziekten zoals obesitas, hart-en vaatziekten, diabetes, kanker, hoge bloeddruk en nierziekten.

Bewustwording

Zo langzamerhand begin je misschien te beseffen dat mijn persoonlijke reis naar een gezonder eetpatroon zonder vlees en zuivel voor een groot deel te maken heeft met bewustwording. Een proces dat naast alle positieve effecten voor mijn gezondheid, mij ook heeft geleerd dat ik in staat ben keuzes te maken die een reflectie zijn voor wat ik denk en voel. In plaats van wat ik ‘geleerd heb’ om als normaal te bezien.

Door de video van Dr. Melanie Joy heb ik geleerd dat zonder bewustwording er geen vrije keuze mogelijk is. Nog niet zo lang geleden zei een goede vriend mij dat wij niet de illusie moeten hebben om de wereld te verbeteren. Persoonlijk denk ik dat iedere keus die wij maken van invloed is op het systeem en op onszelf. De historie laat ook zien dat bewustwording deuren opent naar sociale transformatie. Steeds meer artsen en wetenschappers zien de noodzaak om jarenlange gewoontes te herzien en nieuwe manieren te vinden om onze gezondheid te bewaken. Voeding speelt hierin een belangrijke rol. De stem van mensen die er bewust voor kiezen om geen vlees en zuivel meer te eten groeit met de dag. De positieve ervaringen stapelen zich op en steeds meer artsen beginnen in te zien dat voeding één van de belangrijkste aspecten is om patiënten te begeleiden naar een gezondere levensstijl.

De vlees en zuivel industrie vecht terug. Vanzelfsprekend. Vaak doen zij dit door door misleidende informatie, propaganda en angstmakerij. Maar in plaats van planteneters af te zetten als extreme figuren die alleen maar rauw voedsel eten en geen gezelligheid meer kennen, is een plantaardige levensstijl voor iedereen goed. Het doel van planteneters is een wereld te creëren gebaseerd op compassie in plaats van wreedheid. Een wereld waarin empathie sterker is dan apathie. Authenticiteit in plaats van on-eerlijkheid en gerechtigheid in plaats van onderdrukking.

Dit alles heeft er bij mij voor gezorgd dat ik over veel dingen anders ben gaan denken. De grote billboards die ons willen laten geloven dat we er goed gaan uitzien als we coca cola drinken. Vriendschappen die alleen maar mogelijk zijn wanneer je hetzelfde merk bier drinkt en de farmaceutische industrie die wel vaart bij een zieke maatschappij.

Daarom is mijn stap naar een plantaardige levensstijl één van de beste keuzes die ik de afgelopen tijd heb gemaakt. Ik voel me niet alleen fitter en gezonder, maar ik ben mij ook veel meer bewust geworden van mijn bijdrage aan deze planeet en aan mijn omgeving.

Rob Möhlmann – www.lekker-leven.com

Het begon bij voeding

– Wendy Walrabentstein – Diëtist-onderzoeker –

Wendy Walrabenstein is diëtist-onderzoeker, gespecialiseerd in Lifestyle Medicine en plantaardige voeding. Hoe verliep haar eigen pad (en dat van haar man Leo) naar een overwegend veganistisch bestaan?

Als diëtist gespecialiseerd in plantaardige voeding is het vrij logisch dat mijn weg naar een overwegend veganistisch bestaan startte bij de gezondheidsvoordelen. Je hoeft je niet ver te verdiepen in de voedingswetenschap om tot de conclusie te komen dat een overwegend plantaardig voedingspatroon voor vrijwel iedereen de beste keuze is. Het risico op nagenoeg alle welvaartsziektes is significant lager onder veganisten dan onder omnivoren, dus wat let je?

Het begon dus bij voeding en mijn man hoefde ik niet te overtuigen, want die had eigenlijk al besloten dat hij vegetariër wilde worden, simpelweg omdat hij van dieren houdt. Stoppen met vlees, vis en op een zeker moment ook zuivel, kaas, eieren. Het verliep eigenlijk heel organisch.

En toen gingen we nieuwe schoenen kopen. Mijn man houdt heel erg van mooie schoenen (hij ontwierp ze ooit, in een ver verleden) en hield een prachtig paar voor mijn neus. Tegelijkertijd bedachten we allebei dat de schoenen (natuurlijk) van leer waren. We hebben ze weggezet en zijn nog steeds zoekende. Want echt, er zijn goede ontwikkelingen gaande, maar ik wil echt geen plastic schoenen! En ananasleer is super interessant, maar schoenen met bloemetjes erop… schattig, maar niet voor mij. Dus alle luxe schoenenboeren en hippe sneakerproducenten: kom op! Er ligt een wereld open.

Maar dat terzijde. Je gaat dus steeds een stapje verder. Naast het gezondheidsaspect was dit filmpje van Melanie Joy voor mij ook belangrijk bij die ‘next step’ (als je op het wieltje klikt kun je de ondertiteling naar het Nederlands zetten):

Het zit dus zo diep in onze cultuur gevangen dat we wel koe, maar geen hond te eten, dat we – bij wijze van spreken – tijdens het eten van een entrecote bespreken hoe vreselijk het is dat Koreanen hond eten.

Is dat niet een beetje vreemd? Na het zien van dit filmpje werd het veel meer voor mij dan alleen maar gezondheid en lieve dieren. Ik wil niet meer dat dieren lijden voor mijn plezier.

Waar ik blij mee ben? Familie en vrienden die vragen: ‘Maar Wendy, waarom geen wollen trui, die schapen moeten toch geschoren worden?’ Ik ga het antwoord hier niet geven (je kan op de website van Peta diverse artikelen vinden over de wolindustrie, zoals deze), maar het zijn voorbeelden van vragen van mensen die wel willen weten hoe het zit. Dat is zo’n mooie ontwikkeling!

Ik streef niet naar perfectie en ben ook zeker niet perfect. Maar ik zoek wel naar een wereld zonder dierenleed, een gezondere wereld met meer compassie, meer zorg voor de aarde en voor elkaar. Je hoeft echt niet direct veganist te worden, maar begin daar waar het voor jou het gemakkelijkst is. Hoe lekker is rood vlees nou echt, laat toch staan! Je zal zien dat je je uiteindelijk zowel mentaal als fysiek beter gaat voelen!

Wendy Walrabenstein

Voor Stoppen met Vlees schreef Wendy Walrabenstein een stappenplan met weekmenu en recepten om jou te inspireren op weg naar een plantaardige levensstijl. 

Meer weten? Kijk ook op www.walrabenstein.nl.

Van Vlees naar Vega… en naar Vegan…

– Kim Walraven – www.foodhealthandhappiness.com – 

Ik ben zo’n 8 jaar geleden van de een op de andere dag gestopt met vlees eten. Na het zien van een filmpje op YouTube over hoe ganzen worden uitgebuit voor de productie van foie gras was ik er helemaal klaar mee. Weg met al het vlees. Het kostte me dan ook eigenlijk geen moeite. Maar eet je dan alleen geen vlees meer en wel kip en vis? Tja, lastig vond ik dat wel. In het begin at ik wel kip, daar ben ik ook al heel snel mee gestopt, vlees is vlees, ook kip!

Mijn man at destijds wel vlees en iedereen om mij heen eigenlijk ook. Er werd dan ook heel divers gereageerd op het ‘geen vlees’ meer eten. Sommige mensen begrepen mijn keuze en stonden ook open voor mijn ideeën. Sommige mensen zullen het misschien nooit begrijpen. Omdat niemand om mij heen vegetariër was vond ik het soms best lastig. Met name op een feestje of tijdens een barbecue bij vrienden of familie. Je wilt niemand ‘tot last’ zijn. Ik heb wel altijd tegen mezelf gezegd dat het mijn eigen keuze is en dat andere mensen zich niet hoeven aan te passen aan mij. Na een tijdje weet iedereen het, is het normaal geworden en gaan mensen echt hun best voor je doen, dat is leuk!

Op een feestje word vaak gezegd wanneer er allerlei lekkers op tafel komt te staan ‘oh dat mag jij niet’. Ik mag het wel, ik kies ervoor om het niet te eten.

In het begin was het zeker lastig om gevarieerd te koken. Ik kwam dan vaak ook niet verder dan aardappels, groente en een vleesvervanger of een pasta- of rijstgerecht, niet heel erg spannend. Een vriendin ontving al een tijdje een maaltijd box, met vlees. Maar deze was er ook in een vegetarische versie, geloof me, er ging een wereld voor me open! Hoe gevarieerd kun je koken zonder vlees en vis, heer-lijk!

Ik at dus af en toe wel vis, bij familie of vrienden of als we sushi gingen eten, ik hou van sushi! Ongeveer een maand geleden begon ook dit te knagen, het zat me niet meer lekker. Een vis is toch ook een dier en hoe duurzaam is duurzame vis?  Vorige week begon een vriend over de documentaire “Forks over Knives”, bij velen bekend. Ik ben deze documentaire gaan kijken en serieus. Ik schrok. Een dag later heb ik “Cowspiracy” gekeken en oké, wil ik überhaupt nog wel iets dierlijks eten? Je doet het niet alleen ‘voor de dieren’ maar voor het hele milieu, de wereld, toch?

Deze vraag spookt nu dus al dagen door mijn hoofd. Ook bij mijn man. Het is momenteel een dagelijks gespreksonderwerp hier thuis. Geen vlees, vis, zuivel en eieren meer. Willen we enkel plantaardig eten? We zijn druk bezig met het lezen over deze levensstijl. Als je je erin verdiept, zal je merken dat er heel wat mogelijkheden zijn om lekker, gezond en gevarieerd plantaardig te eten.

Wat ik om me heen zie is dat steeds meer vrienden en bekenden toch wel geïnteresseerd zijn in een plantaardige levensstijl en mij ook vragen om recepten en ideeën, heel erg leuk! Mensen staan er steeds meer voor open. Mensen zijn tegenwoordig toch meer bewust bezig met gezonde en bewuste voeding, fijn!

Ik heb vandaag online een boek besteld met daarin 100 plantaardige gerechten, tips en tools over een vegan lifestyle. De kaas, yoghurt en eieren verlaten hier nu langzaam aan het huis, dus wie weet hoe de wereld er over een maand uitziet…

En nu… Bovenstaande heb ik precies een jaar geleden geschreven. Op 1 april 2017 heb ik meegedaan aan de Vegan Challenge en ik heb daarna geen dierlijke producten meer gegeten. Vegan! Een jaar! En ik voel me zó ontzettend goed, zowel lichamelijk als geestelijk! Ik zou nooit meer anders kunnen.

Kim Walraven  –  www.foodhealthandhappiness.com

Instagram.com/foodhealthandhappiness

Facebook.com/foodhealthandhappiness

’t Is rot, maar vlees is zo lekker

– Roos Vonk – hoogleraar Sociale Psychologie – 

Dit is een aangepaste versie van een opiniestuk dat Roos Vonk in 2010 schreef voor De Volkskrant. In 2013 was dit een eindexamentekst op het HAVO-examen Nederlands. Twee CDA-Kamerleden stelden daarover Kamervragen, overigens zonder het stuk te hebben gelezen, want ze noemden het een interview en wisten niet dat het stuk uit 2010 was. Het antwoord van de staatssecretaris was dat het stuk geschikt was als eindexamentekst, omdat ‘het hier gaat om begrijpend lezen en niet of de lezer het eens is met de inhoud’ .’In centrale examens wordt bij uitstek gekozen voor maatschappelijke contexten. Het CvE ziet erop toe dat deze contexten op neutrale wijze aangeboden worden en dat de vragen neutraal gesteld zijn. Het kan voor het CvE niet zo zijn dat contexten gemeden (moeten) worden vanwege het feit dat ze opiniërend van aard zijn.’

Jaren geleden zat ik aan een kerstdiner, waar traditiegetrouw mijn vleesloze menu ter sprake kwam. Op de vraag waarom ik geen vlees at, gaf ik voor het gemak het korte antwoord: ‘Ik hou van dieren’. De vragenstelster was hierover oprecht verrast: ‘Maar wat is de zin van het leven van zo’n dier, als we hem niet eten?’ Deze vraag sloeg mij op mijn beurt geheel uit het lood. Huh? Maar ik vond haar aardig, dus ik zei: ‘Uhhh… dezelfde zin als ons leven?’ – waarop ze mij enkel nog met stomheid geslagen kon aankijken.

Hier kwamen twee werelden met elkaar in contact die volstrekt niets van elkaar van elkaar begrepen. In haar wereld is er een hiërarchische ordening van soorten, met de mens bovenaan. De dieren zijn er voor de mensen, omdat het door de Schepper zo is bedacht of omdat de mens het hoogtepunt van de evolutie is. In mijn wereld is de mens niet superieur aan andere dieren. Waarin zou de mens zich kunnen onderscheiden? Ja, ik kan wel wat bedenken: een besef van goed en kwaad, hogere morele waarden, compassie met zwakkeren, inzicht in de lange-termijn-gevolgen van eigen gedrag, en het vermogen snelle behoeftebevrediging uit te stellen ten behoeve van hogere doelen. Maar als mensen dat echt konden, zou de huidige vee-industrie per direct wordt gestaakt. In mijn wereld, en de wereld waarin we inmiddels met z’n allen leven, is de gangbare bedrijfsvoering in deze sector alleen al om puur egoïstische redenen niet meer houdbaar, nu duidelijk is geworden dat we met onze vleesconsumptie domweg de tak afzagen waarop we zitten.

Een bekende reactie op deze overwegingen is: ‘Ja, maar vlees is zo lekker hè?’. Dat dat ene woord ‘lekker’ voldoende is om dierenwelzijn, milieu, klimaat, volksgezondheid en de Derde wereld in één klap weg te vegen, geeft aan waar wij ons als ‘superieure’ soort werkelijk bevinden op de beschavingsladder: net als alle dieren worden we primair gestuurd door het lust-onlust-principe: ‘Ik wil het fijn hebben en graag nu meteen’. De neiging om onprettige of lastige situaties te vermijden is een niet weg te denken onderdeel van onze instincten-uitrusting. Het opofferen van onze genoegens en ons gemak ten behoeve van belangen die verder van ons bed zijn, vereist het gebruik van hersendelen die in de evolutie als laatste zijn ontstaan, en die onbenut blijven als ‘lekker’ onze leidraad is.

Sociaal dilemma

Net als andere groepsdieren zijn mensen zeker wel in staat hun korte-termijn-behoeftes te overstijgen ten behoeve van ‘hogere’ collectieve doelen. We zetten geregeld onze individuele behoeftes opzij om het gezellig te houden, of we werken aan een vervelende klus in het belang van onze afdeling of vereniging. Dit zijn voorbeelden van sociale dilemma’s – keuzes tussen individueel en collectief belang – waarin we ons coöperatief gedragen: ons persoonlijk belang opofferen voor het collectieve belang. In kleine groepen is de logica hiervan evident: als je de groep benadeelt, is dat slecht voor iedereen, dus uiteindelijk ook voor jezelf en voor de goede verstandhoudingen. Maar hoe groter en minder hecht het collectief, des te minder zichtbaar zijn de gevolgen van individuele keuzes. Persoonlijk belang krijgt de overhand. Coöperatief gedrag moet dan worden afgedwongen door regelgeving; denk aan belasting betalen voor collectieve voorzieningen of een kaartje kopen voor de trein. Ontbreken die regels, dan kiezen we voor eigenbelang, en dat is in onze samenleving regelmatig te zien. Denk aan mensen die de trein in stappen voordat anderen eruit zijn, of die geen organen willen afstaan na hun dood zonder afstand te doen van het recht zelf een orgaan te ontvangen.

In onze evolutionaire geschiedenis hebben we de meeste tijd geleefd in kleine gemeenschappen van 50 tot hooguit 100 mensen, zodat coöperatief gedrag vanzelf tot stand kwam. Door grootschaligheid is inmiddels de relatie van het individu tot het collectief diffuus en anoniem geworden. Ook de vee-industrie illustreert dit. Wie vlees eet, merkt er niets van dat het dier een kort ellendig leven heeft gehad (‘Dat dier is toch al dood’), dat vlees het meest milieu- en klimaatonvriendelijke onderdeel is van ons hele voedselpakket, en dat enorme hoeveelheden landbouwgrond in andere werelddelen worden gebruikt om voer voor ons vee te telen.

Stel dat dit allemaal gebeurde op kleine overzichtelijke schaal. Stel dat mensen in hun achtertuin varkens houden in kleine donkere hokken, op roostervloeren zonder stro. De buren verderop met hun kinderen hebben honger, want hun tuin wordt gebruikt om het varkensvoer te verbouwen waardoor ze zelf nauwelijks eten hebben. De varkenspoep wordt uitgestrooid over de hele wijk en vervuilt het water van alle bewoners. De varkenshouders zitten vrolijk te smikkelen en zeggen: ‘Rot joh, maar ja, het is gewoon lekker!’

Dom of asociaal

Als je het zo voorstelt, is het duidelijk dat de vleeseters (wij Westerlingen, in de analogie) asociale lomperiken zijn. In ‘Het lekkerste dier’ vindt zelfs liefhebster Sylvia Witteman: ‘Wie nu nog varkensvlees uit de bio-industrie koopt, verdient het om de rest van zijn leven met veertig mede-asocialen in een stilstaande lift te worden opgesloten en gevoederd te worden met doodgekookte elleboogmacaroni.’ Als het in hun achtertuin gebeurde, zouden de vleeseters publiekelijk in Witteman’s lift te schande gesteld worden. Maar in onze ‘beschaafde’ samenleving zijn de dieren zijn volledig aan het oog onttrokken, en onze relatie tot de andere gedupeerden – mensen in de derde wereld en de generaties na ons – is diffuus.

Dit betekent dat je niet noodzakelijk asociaal en immoreel hoeft te zijn om vlees te eten. Mensen kunnen immers ook gewoon onwetend of onintelligent zijn, waardoor ze de gevolgen van hun keuzes niet ten volle beseffen – zeker zolang goede voorlichting over de gevolgen van vleesconsumptie op het huidige armzalige niveau blijft en de overheid op dat gebied geen poot uitsteekt, er juist eerder alles aan doet om de veesector te beschermen. Maar er is een groot schemergebied tussen dom zíjn en jezelf dom houden door niet even stil te staan bij ongemakkelijke waarheden. Een grote groep hoogopgeleiden in onze samenleving eet vlees uit de vee-industrie en kan werkelijke domheid of onwetendheid niet als excuus aanvoeren. In de universiteitskantine zie ik verreweg de meeste medewerkers en studenten gretig opscheppen van kroketten en vleeswaren. Ook de meeste van onze landsbestuurders happen onbekommerd mee bij de jaarlijkse barbecue op het Binnenhof. De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat al deze mensen hun persoonlijk comfort belangrijker vinden dan de hoge en onomkeerbare kosten die hun keuzes voor anderen teweeg brengen.

Met z’n allen onwetend

Dit is voor een belangrijk deel te verklaren doordat we het met zovelen doen en iedereen onbedoeld meehelpt om de bestaande situatie te handhaven. Kranten en tijdschriften bevatten recepten met vlees en culinair journalisten smullen publiekelijk en zonder enige schaamte van ossenhaasjes en lamskoteletjes – in feite een continue PR-campagne voor de veesector. Omdat iedereen het doet, is het ‘normaal’. We sussen elkaar in slaap door het er niet over te hebben en elkaars gedrag te accepteren. Mensen die zich er druk over maken, anderen op de vingers tikken of kritische vragen stellen, worden gezien als ‘emotioneel’, lastig of betweterig. Net als bij tunneldenken in groepen, krijgen ideologische dwarsliggers signalen dat hun gedrag storend of op zijn minst ongezellig is, dus houden ze vaak maar hun mond.

De vleeseters zeggen tegen zichzelf: ‘Wat kan ik eraan doen? De boeren en de politiek bepalen hoe ons eten wordt geproduceerd. Als het echt zo erg was, zou de overheid wel ingrijpen.’ Op hun beurt denken de boeren en leveranciers dat de consument het zo wil, omdat dier- en milieuonvriendelijk vlees en zuivel goed verkoopt; burgers hebben vaak wel het hoogste woord over die foute kiloknallers en plofkip, maar zeggen met hun koopgedrag vooral: ‘Graag veel goedkoop vlees uit de vee-industrie!’ De overheid grijpt evenmin in, omdat kiezers hun koopkrachtplaatjes veel belangrijker lijken te vinden dan dieren, milieu, klimaat en derde wereld. Dat is wat hun stemgedrag laat zien.

Zo leven we met z’n allen in een staat van ‘pluralistic ignorance’ (meervoudige onwetendheid): we hebben allemaal het idee dat als het echt zo erg was, iemand anders er wel iets aan deed. Als iedereen het accepteert, dan zal het toch wel meevallen? In de psychologie is dit verschijnsel bekend als het omstander-effect: hoe meer mensen getuige zijn van een noodgeval (bijvoorbeeld vechtpartij, drenkeling, aanrijding, brand), des te kleiner de kans dat iemand in aktie komt. Ieder wacht af wat anderen doen. En daardoor trekt ieder de conclusie dat het kennelijk wel meevalt, anders zou iemand anders al wel iets gedaan hebben.

In het geval van de vee-industrie komt daar nog bij het gevoel dat je als individu machteloos staat tegenover iets dat zo alomtegenwoordig is. Veel mensen plaatsen wel sluimerende vraagtekens bij hun vleesconsumptie, maar hebben niet het idee dat hun eigen gedrag iets uitmaakt: het druppel-op-gloeiende-plaat-gevoel. Om gevoelens van machteloosheid ter vermijden, proberen ook welwillende, betrokken mensen er maar liever niet aan denken.

Zo zetten de diverse miskleunen van de mensheid zich onbelemmerd voort, want ‘er is maar één ding nodig om het kwade te laten zegevieren: goedwillende mensen die niets doen’ (Edmund Burke). Ik denk niet dat de meeste miskleuners nu zo ongelofelijk dom of asociaal zijn. Ik denk dat veel mensen die sluimerende vraagtekens op de achtergrond wel kennen. En als er ooit een tijd komt dat we met afgrijzen terugkijken op de huidige veehouderij – en die komt, daar ben ik van overtuigd – dan zeggen ze: ‘Ik had er altijd al moeite mee’. Dan heeft iedereen ‘in het verzet gezeten’. Maar voor nu deinen ze gemakshalve nog even mee in de vaart der volkeren. Dat is buitengewoon jammer, want mensen zijn diep in hun hart vaak niet zo stom en hufterig als ze zich gedragen. Ook vleeseters niet.

Roos Vonk

Roos Vonk is hoogleraar Sociale Psychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze doet wetenschappelijk onderzoek en geeft les over verschillende sociale onderwerpen. Verder geeft ze lezingen, workshops en coaching en ze schrijft columns, artikelen en boeken.